Douane gaat mobiel controleren

cargomagazine

Douane gaat mobiel controleren

Voor alle goederen die de EU binnenkomen of verlaten, is de Douane de spreekwoordelijke spin in het web. Haar invloed reikt ver, maar haar regiefunctie zal zich nog meer laten gelden als in 2014 het Joint Inspection Centre (JIC) op Schiphol klaar is.

Expediteursbedrijven met luchtvracht naar bestemmingen buiten de EU doen er verstandig aan daar nu al rekening mee te houden. Voor bedrijven die in samenspel met de Douane tijdig voorbereidingen treffen, zullen de controles efficiënter worden. Chris Lohstro die leiding geeft aan de douaneactiviteiten op Schiphol, omschrijft de Douane in de eerste plaats als een handhavingdienst. De uitvoering van deze taak staat een harmonieuze samenwerking met de industrie geenszins in de weg. “Wat bij ons hoog in het vaandel staat,” licht Lohstro toe, “is het scheppen van evenwicht tussen handhaving en het bieden van faciliteiten voor bedrijven en logistieke dienstverleners die erbij gebaat zijn dat wij onze controles snel en slim op voor hen logische momenten uitvoeren. Daarmee werken wij niet alleen mee aan de doelstelling van de regering om de administratieve lasten voor de BV Nederland te verminderen. Het sluit ook aan bij de wens van de Schiphol vrachtgemeenschap om tot een optimaal ongestoorde doorgang van goederenstromen te komen.”

One-stop-shop beleid
De Douane heeft haar huidige middelpuntvliedende functie op Schiphol sinds zij vanaf 2007/8  namens de overheid behalve voor haar eigen controles, ook als regisseur optreedt voor de overige inspecties zoals de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) en de Voedsel- en Warenautoriteiten. Het ILT is een samenvoeging van de inspectiediensten van VROM en de IVW. Los hiervan staan de inspecties door de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van de Aviation Security. “Met de ILT en de Voedsel- en Warenautoriteiten proberen we als Douane onze inspecties zoveel mogelijk op 1 plek op elkaar af te stemmen als we iets willen controleren,” zegt Lohstro. “Op die manier vermijden we dat dezelfde doos op verschillende tijdstippen aan meerdere inspecties wordt onderworpen. We voeren wat dit betreft een one-shop-stop beleid. De Douane heeft hierin het voortouw, ook al omdat wij als eerste beschikken over de informatie over goederen die de EU binnenkomen of de grenzen verlaten.”

Vrachtproces ‘Smart’ maken
Het mooie van Schiphol, vindt Lohstro, is dat de rol van de Douane gerespecteerd wordt. “In samenwerking met de luchthaven, brancheorganisaties en ondernemingen hebben we een groot deel van de plannen gerealiseerd die we eerder met elkaar hebben opgesteld. Een van de dingen die het vrachtproces op de luchthaven ‘Smart’ maken, is bijvoorbeeld de coördinatie. We werken met een systeem dat modern toezicht mogelijk maakt.” Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de AEO-erkenning, legt Lohstro uit. “Bedrijven die deze erkenning hebben, ondervinden minder hinder van douanecontroles terwijl het niveau van de inspectie toch hetzelfde blijft. Qua systematiek hebben we de SmartGate op orde dankzij de realisatie van het Customs Control Centre, de positie van de informatiemakelaar en het AEO-verhaal. De volgende stap is van fysieke aard: de bouw van een geavanceerde loods met scanapparatuur waarin het Joint Inspection Centre (JIC) zal worden gevestigd. We zitten op dit moment in de fase van aanbesteding. Over twee jaar moet het klaar zijn.”

Steeds lastiger
Na een aarzelende start destijds begint de status van AEO/Authorised Economic Operator ingang te vinden in de luchtvrachtindustrie. Alles zes vrachtafhandelaren die op Schiphol actief zijn, zijn inmiddels AEO gecertificeerd. Lohstro schat dat 80 procent van het vrachtvolume op de luchthaven is afgedekt door AEO. Tussen de eerste linie bedrijven worden regelmatig goederen uitgewisseld en vervoerd. Het valt Lohstro op dat een aantal  vervoerders die zich met dit transport bezighouden, nu ook de AEO erkenning aanvragen. “Vanuit de SmartGate gedachte geredeneerd is het niet meer dan logisch dat goederen volledig binnen AEO gecertificeerde ketens worden vervoerd. Ik denk dat internationaal handel drijven zonder deze erkenning steeds lastiger wordt.” Hoewel de AEO status aantoonbare voordelen heeft, deinzen nog veel expediteurs er voor terug om in deze erkenning te investeren. “De winstmarges in de vrachtsector zijn over het algemeen klein, zo wordt mij verteld. Wellicht verklaart dit waarom bedrijven niet makkelijk met dit soort vernieuwingen meegaan. Elke eurocent moet er voor worden omgedraaid,” vermoedt Lohstro. “Met SmartGate hebben de expediteurs nu nog de luxe dat de douanecontroles allemaal bij de afhandelaar plaatsvinden. Maar het bezwaar hiervan is dat vaak reeds opgebouwde platen moeten worden afgebroken om op zendingniveau te kunnen controleren. Na de controle moeten ze dus weer worden opgebouwd, en dat allemaal kort voor de vlucht, met alle tijdsdruk van dien.”

 Pijn komt dichterbij
Aan deze omslachtige, stressvolle  praktijk komt een einde als het JIC in gebruik wordt genomen. In de aanloop naar de oplevering gaat de Douane er toe over om de controles niet langer bij de afhandelaar maar bij de expediteur uit te voeren. Voorwaarde is dan wel dat de expediteur een AEO erkenning moet hebben. Bedrijven zonder deze erkenning zullen uiteindelijk geen andere keus hebben dan om hun uitgaande vracht bij het Joint Inspection Centre voor controle aan de Douane aan te bieden. “Er ontstaat pas een drive om met de regelgeving mee te veranderen als de pijn dichterbij komt,” merkt Lohstro op. “Eerder hebben we iets vergelijkbaars meegemaakt met de introductie van het Export Control Systeem (ECS). Als we een commercieel bedrijf waren geweest, zouden we failliet zijn gegaan op de moeite die we hebben moeten doen bedrijven ertoe over te halen om het systeem werkend te krijgen. Ook met deze nieuwe verandering is het niet verstandig om tot het laatste moment te wachten. Controle bij de expediteur heeft als voordeel dat de Douane vroeger in het proces, wanneer de lading nog uit losse dozen bestaat en er ook nog geen tijdsdruk is, voor controle langs komt. Hier zit natuurlijk een spanningsveld in. Voor de logistiek is het beter dat er vroeg in het proces wordt gecontroleerd, maar voor de Douane is het aangenamer zendingen te controleren vlak voordat zij het vliegtuig ingaan.”

Betrouwbare partners
De status van Authorised Economic Operator biedt hier een oplossing voor. Bedrijven met een AEO-erkenning die in de keten samenwerken, hebben bewezen betrouwbare partners te zijn. “Voor de Douane is de AEO dan ook één van de waarborgen dat er na de controle, tot aan de belading in het vliegtuig, niets meer met de goederen gebeurt,” onderstreept Lohstro. “Op dit moment zitten we in de fase dat we inspecties op zendingniveau bij de expediteur aan het testen zijn. Er is al een bedrijf dat een pilot met ons gaat draaien. Intussen voeren we ook overleg over het plan van aanpak dat een grote internationale logistieke dienstverlener hiervoor bij ons heeft ingediend. De controle die we bij expediteurs uitvoeren, noemen we Mobiele Controle. Daarnaast is er de mogelijkheid om de controle bij de expediteur ook middels een Remote Scanner te laten uitvoeren. Het bedrijf investeert dan zelf in scanapparatuur. Op het moment dat de expediteur de voor controle in aanmerking komende zendingen scant, kijkt de Douane  realtime op afstand mee. Doe mee, zou ik zeggen. Het is een collectieve zorg dat we niet met z’n allen gaan zitten wachten tot het Joint Inspection Centre in 2014 een feit is en veel vracht op dit controlepunt moet worden geïnspecteerd voordat het in het vliegtuig mag.”

Spannender en vindingrijker
Lohstro nodigt expediteursbedrijven, die de mogelijke toevloed van lading bij het toekomstige JIC niet afwachten, maar bereid zijn bijtijds voorbereidingen te treffen voor het verrichten van controles in de eigen loods, nadrukkelijk uit contact op te nemen met de Douane. Samen met ACN en Fenex is de Douane bezig de overgang naar dit nieuwe controleregime bij expediteurs onder de aandacht te brengen en te promoten. “Het wordt geen generiek systeem,” verduidelijkt Lohstro. “Generiek worden de controles van ladingstromen bij het Joint Inspection Centre. Al naar gelang de specifieke omstandigheden en goederensoorten van bedrijven zullen we per expediteur op basis van individuele beoordelingen bepalen hoe we de controles gaan organiseren. Dat kan van bedrijf tot bedrijf verschillen.” Voor een groot deel zijn het de innovaties van de informatietechnologie geweest die deze vorm van mobiele controle bij de expediteur mogelijk maken. Ambtenaren die met de controles zijn belast, krijgen in de nabije toekomst hun opdrachten via de tablet waarmee zij worden uitgerust. “Op deze manier stuurt de Douane hen elektronisch aan en laten we weten bij welke loodsen er voor controle langs moet worden gegaan,” zegt Lohstro. “Het is handig wanneer de Douane dat centraal regelt. De nieuwe werkwijze is voor onze dienst niet minder efficiënt, maar zal voor het bedrijfsleven zeker efficiënter zijn. Als handhavingdienst laten we ook hiermee zien dat het ons ernst is om waar er ruimte is, de economie van bedrijven te steunen. Binnen de kaders van de wettelijke regelgeving doen we er samen met de overheid en industrie alles aan om onze controles op een logisch moment in de keten te laten plaatsvinden. In zeehavens kunnen douanegecontroleerde containers nog dagen op de kade staan voordat zij aan boord van het schip gaan. Het verschil met luchthavens is dat elk oponthoud van vracht die eenmaal op weg is naar het vliegtuig, overlast met zich meebrengt. Dat maakt de uitvoering van douanecontroles in de luchtvracht gecompliceerder maar ook spannender en vindingrijker.”

 

(CargoHub Magazine speciale uitgave januari 2013 interview Douane Chris Lohstro)

door Micha Ouwendijk

 

tekst in kader bij dit artikel

Internationale samenwerking
Een van de hoofddoelstellingen van de vrachtgemeenschap op Schiphol is het versterken van vrachtstromen van en naar andere vrachtknooppunten in de wereld. Hiervoor worden regelmatig bezoeken aan het buitenland gebracht. Vanuit de initiatieven die op Schiphol worden ondernomen, heeft de Douane bijvoorbeeld internationaal samenwerking gezocht met andere douaneorganisaties zoals in Turkije en China. Het heeft er onder andere in geresulteerd dat de Chinese Douane afgelopen oktober een seminar in China heeft georganiseerd over douanesamenwerking tussen Nederland en China op het gebied van luchtvracht. “Wij waren daarbij aanwezig maar ook KLM en Schiphol en een aantal Chinese luchtvaartmaatschappijen,” vertelt Lohstro. “Doel van zulk overleg is om het leven voor beide douanes gemakkelijker te maken. De eerste stappen hiervoor zijn gezet. De Chinezen waren na afloop van de seminar even enthousiast als wij. We hebben afgesproken om de samenwerking verder uit te breiden. Dat heeft tijd nodig. Schiphol verkeert in het luchtvrachttransport van en naar China in een unieke positie aangezien KLM als enige Europese carrier op acht Chinese bestemmingen vliegt. Met de Douane in Turkije zijn we eveneens over vrachtprocessen aan het praten. In Rusland hebben we sinds anderhalf jaar een douaneattaché, evenals in China. Mogelijk krijgen ook India en Brazilië zo’n functionaris. Als daartoe besloten wordt, zou dat een logische beslissing zijn. De groei van de vrachtvolumes maakt de BRIC landen heel belangrijk voor ons.”

Share Button

%d bloggers like this: