Haven Amsterdam stabiel in lichte groei

cargomagazine

Haven Amsterdam stabiel in lichte groei

Tegen de verdrukking van de economische recessie in groeide de Haven Amsterdam in de periode tussen 2008 en 2011 naar een jaarlijkse overslag van boven de 90 miljoen ton. Daarmee is de Amsterdamse haven na Rotterdam, Antwerpen en Hamburg de vierde haven van West-Europa.

Ook in 2012 werd de groei voortgezet. Halverwege het jaar – eind juni – piekte de overslag  met een stijging van 1 procent op 46,6 miljoen ton. Het totale tonnage is het gezamenlijke resultaat van de Amsterdamse haven en de langs het Noordzee Kanaal gelegen havens van IJmuiden, Beverwijk en Zaanstad. De bescheiden groei die Haven Amsterdam ondanks het gure economische klimaat weet te realiseren, zit volgens Commercieel Manager Peter Overbeek Bloem onder meer in de toename van overslag en verwerking van benzine en olie. Een andere goederenstroom die het ook goed doet, zijn kolen. “Het is een indicatie dat de markt nog steeds vraagt naar fossiele brandstoffen,” geeft Overbeek Bloem als verklaring. “Er is grote behoefte aan. De aanvoer van deze goederen is daarom minder gevoelig voor recessie dan andere stromen. In de containeroverslag liepen we wel klappen op doordat rederijen in China en Japan vanwege de crisis besloten hebben om hun schepen niet langer naar Amsterdam te laten varen maar op Antwerpen en Rotterdam te consolideren. In één keer vielen hierdoor 500.000 containers op jaarbasis weg.”

Vanaf de haven naar Aalsmeer
Over het geheel genomen houden plussen en minnen in de overslag het resultaat in balans. Tegenover de gestegen overslag van steenkool staat bijvoorbeeld een afname van agribulk. Als gevolg van de instortende bouwmarkt maakte de overslag van bouwmaterialen een forse daling door, maar dit wordt gecompenseerd door een stijging van (binnenvaart)containers en stukgoed. Expediteurs van zee- en luchtvracht signaleren een toenemende belangstelling bij hun verladende klanten om bederfelijke waar zoals bloemen en gekoelde voedingsproducten die normaal gesproken met het vliegtuig werden vervoerd, over zee en binnenvaart te verschepen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe deze producten vertegenwoordigd zijn in de totale overslag van de Amsterdamse Haven. “Wij hebben daar geen aparte cijfers over,” zegt Overbeek Bloem. “In de haven van IJmuiden is er echter veel overslag van vis. Ten aanzien van het bloemenvervoer ontvangen we relatief weinig bloemenzendingen als reefer lading, maar dat kan veranderen. De bloemenveiling Aalsmeer heeft plannen om meer gebruik te gaan maken van de Amsterdamse haven. Via het zogenaamde PlantShuttle project wordt onderzocht of en hoe planten per barge (binnenschip) naar de haven kunnen worden vervoerd om vervolgens over de weg van en naar de haven en Aalsmeer te worden gereden. Dit plan moet verder worden uitgewerkt. Zolang er sprake is van onregelmatige stromen, is het transport tussen haven en bloemenveiling relatief duur.”

Onwaarschijnlijk sterke combinatie
“Om een plantenshuttle succesvol te maken is een mentaliteitsverandering nodig,” concludeert Overbeek Bloem. “Exporteurs in Friesland zijn tientallen jaren gewend geweest om hun bloemen en planten over de weg naar de bloemenveiling vervoeren. Natuurlijk kost het dan moeite om op een nieuwe modaliteit over te stappen. Als havenbedrijf zien wij een kans om in relatie met de Bloemenveiling te laten zien wat voor voordelen hieraan verbonden zijn. Proeven die we hebben genomen, tonen aan dat er met gecombineerd binnenvaart/wegvervoer naar Aalsmeer kostenreducties te behalen zijn.” Het aanbod van de Nederlandse bloemenveilingen is zo groot dat het zwaartepunt van het internationale bloemenvervoer, zeker naar verder gelegen exportlanden, op het vervoer per vliegtuig zal blijven liggen. Bloemenvervoer per schip ziet Overbeek Bloem dan ook eerder als een aanvulling dan als een vervanging. “In de driehoek die de Bloemenveiling Aalsmeer, Schiphol en de Haven Amsterdam met elkaar vormen, beschikken we over een onwaarschijnlijk sterke combinatie tussen lucht- en zeetransport. Door gebruik te maken van nieuwe logistieke inzichten en nieuwe technieken kun je die combinatie materialiseren in nieuwe vervoerstromen.”

In samenhang met alles in de Randstad
In de missie van Haven Amsterdam staat de wens voorop dat zij een slimme haven wil zijn met als kern duurzame groei. Die groei moet banen en inkomsten opleveren waarbij de haven op een slimme manier met beschikbare ruimte omgaat. Even belangrijk is dat die groei niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van water, bodem en lucht zodat de inwoners maar ook de bedrijven in Amsterdam het havengebied nog meer gaan waarderen als een interessante en aantrekkelijke motor van bedrijvigheid. Deze doelstelling wil de Haven Amsterdam bereiken door intensief samen te werken met overheden, gemeentebestuur, bedrijfsleven en regio. Bij de partners waarmee het Havenbedrijf Amsterdam optrekt, betrekt Overbeek Bloem de luchthaven Schiphol als een vanzelfsprekendheid. “Samen zijn we met delegaties onder andere naar Hong Kong, Singapore, Sjanghai en Mumbai gereisd. In rondetafelgesprekken hebben we daar de diverse aspecten van onze Airport/Seaport hubs op mondiaal niveau besproken. Dit wordt gedaan in samenhang met alles wat de Randstad, een gebied dat qua omvang net zo groot is als Sjanghai, aan logistiek, diensten en producten te bieden heeft. Met politici, bedrijven en vertegenwoordigers van de regio die we bezoeken, praten we niet alleen over het intensiveren en opzetten van handel en vervoerstromen maar ook over zaken zoals duurzaamheid, douane, veiligheid en achterlandverbindingen. Achterliggende gedachte is dat je door te overleggen en ideeën uit te wisselen over verbetering van systemen, elkaars knooppunten kunt versterken.”

Vruchtbaar overleg
Tijdens buitenlandse bezoeken wordt in een vraag- en antwoordspel dieper op logistieke belangen ingegaan. “Enerzijds gaat het daarbij om het uitdiepen van de beleidskant en anderzijds vooral om de commerciële mogelijkheden,” zegt Overbeek Bloem. “Met een groot aantal Nederlandse partijen waarbij ook de Amsterdamse burgemeester Van der Laan en de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb aanwezig waren, hebben we een ‘Round Table’ in Istanbul georganiseerd. Onder meer kwamen logistieke problemen ter sprake die Turkse bedrijven in Europa ondervinden. Met de kennis daarvan ga je terug naar Amsterdam. Op basis van nader overleg konden er oplossingen worden gevonden. Het spreekt vanzelf dat dit de handelsbetrekkingen maar ook de vervoerstromen tussen Nederland en Turkije gunstig beïnvloedt. Tijdens een bezoek aan Mumbai waar we een Airport/Seaport Round Table hadden georganiseerd, had Schiphol een speciale Pharma-bijeenkomst opgezet om juist deze voor Schiphol belangrijke goederenstroom te bespreken. Dit bezoek is in al zijn facetten zeer vruchtbaar geweest. In 2013 gaan we terug naar India om te onderzoeken en te bespreken welke goederenstromen (pharma, hightech, spareparts, mode, perishables) men in de context van de Airport/Seaport combinatie het best over zee en/of door de lucht naar Amsterdam kunnen worden verscheept. India gaat miljarden investeren in haar lucht- en zeehaven infrastructuur. Men heeft interesse getoond in het Airport/Seaport concept en wil daarover graag met ons in overleg. Ook zien zij connectiviteit als een groot belang. Een verbinding tussen de Metropoolregio’s van Mumbai en Amsterdam willen ze qua supply chains graag nader invullen.”

Profiteren van strategische ligging
De combinatie luchthaven/zeehaven (de afstand tussen Schiphol en de haven van Amsterdam bedraagt nog geen 15 kilometer) heeft verschillende multinationale ondernemingen doen besluiten hun opslag, productveredeling en verzendingen in het Amsterdamse havengebied samen te trekken. Specifieke cargoproducten van Schiphol zijn pharma, hightech, mode, auto’s, spareparts, vis en bloemen. Naast deze producten hebben grote logistieke dienstverleners echter vaak andere goederen in hun pakket waarvan het merendeel per schip wordt aangevoerd. Om zo goed mogelijk te kunnen profiteren van de strategische ligging van de Amsterdamse haven ten opzichte van de luchthaven verhuisde Kintetsu van Schiphol naar het Atlas Park in het havengebied. Vanuit deze locatie verstuurt en ontvangt Kintetsu nu zeevracht en luchtvracht. De Scandinavische multinational DVS die de meest uiteenlopende goederen behandelt, variërend van cacaobonen tot hoogwaardige elektronica, heeft zijn vervoer eveneens in het Atlas Park gecentraliseerd. Ook dit bedrijf maakt gebruik van beide modaliteiten. Hetzelfde gold voor Intel dat het merendeel van zijn lading als luchtvracht verscheept maar een deel als zeevracht. Dat deel kwam vanuit Haven Rotterdam via een barge naar Haven Amsterdam vanwaar het per truck naar het Europese Distributiecentrum (EDC) van Intel op Schiphol werd vervoerd.

Een ideale plek
“De Amsterdamse haven is als knooppunt  voor zee- en luchtvracht logistiek een ideale plek,” stelt Overbeek Bloem vast. “Voor een vloeiende uitwisseling van goederenstromen tussen beide mainports is het absoluut noodzakelijk dat we elkaar regelmatig ontmoeten. Relevante onderwerpen die aan de orde zijn, zijn douane en veiligheid, arbeidsmarkt en scholing, Port Community Systemen, ICT en achterlandverbindingen. Ook duurzaamheid is een belangrijk thema. Dat geldt niet alleen voor het overleg met Schiphol, er staat ook overleg gepland met KLM. In de haven hebben we een opslagfaciliteit voor kerosine die via een pijpleiding naar Schiphol gaat. We zijn als haven uitstekend geëquipeerd om straks ook aan de behoefte aan bio-kerosine te voldoen. Dit overleg en deze potentie tot samenwerking tussen zeehavenbedrijf, luchthaven en luchtvaartmaatschappij is uniek en zie je nergens anders in Europa.” Met enige fantasie kun je de haven van Amsterdam en Schiphol spiegelbeelden van elkaar noemen. Jaarlijks ontvangt Schiphol circa 50 miljoen passagiers en ongeveer 4 miljoen ton vracht. Bij de Haven is dat andersom: 500.000 (cruise)passagiers tegenover 93 miljoen ton goederen.  “Op infrastructuurgebied vullen we elkaar uitstekend aan,” voert Overbeek Bloem aan. “Logistieke dienstverleners hier in de regio maar ook van daarbuiten kunnen, afhankelijk van hun businessmodel, optimaal gebruikmaken van beide logistieke complexen. Binnen Europa onderhouden wij vanuit de haven verbindingen met alle grote Europese markten. Op een steenworp afstand van Schiphol bieden wij faciliteiten voor transport, op- en overslag aan. In de Amsterdamse regio versterken we elkaar. Maar gaan we met ons Airport/Seaport concept mondiaal de boer op dan willen we Rotterdam daar natuurlijk nadrukkelijk in meenemen.”

Door Micha Ouwendijk

CargoHub Magazine speciale uitgave januari 2013
Interview met Peter Overbeek Bloem van Havenbedrijf Amsterdam

%d bloggers like this: