KONING WINTER EN DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE LUCHTVERVOERDER

cargomagazine

KONING WINTER EN DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE LUCHTVERVOERDER

Wanneer ik mij zet tot het schrijven van deze bijdrage is het tijd om de winterbanden onder de auto te laten aanbrengen en vallen de sinterklaas- en kerstfolders in de bus.    De winter is in aantocht!

In Nederland zijn de winters in het algemeen niet zo streng; daarvoor moeten we naar soms verre buitenlanden. Toch kregen we begin 2012 nog een tik van Koning Winter.

Eind januari, begin februari begon het streng te vriezen en viel er sneeuw. Met name de strenge vorst heeft bij het vervoer van temperatuurgevoelige lading zoals bloemen en planten voor nogal wat problemen gezorgd.

Ondanks de weersomstandigheden gaan de procedures gewoon door en dienden ULD’s met snijbloemen uit Ecuador te worden gescand. De pallets worden direct uit het vliegtuig op open dolly’s naar de scan vervoerd, waar ze in de open lucht moeten wachten om vervolgens na het scannen op de dolly’s naar de vrachtloods te worden gereden. Gedurende die hele operatie is vorstschade aan de bloemen ontstaan, waarvoor de ontvanger de luchtvervoerder verantwoordelijk houdt.

Laatstgenoemde beroept zich op overmacht en daar is de claimant het niet mee eens. Hoe zit het nu?

Volgens art. 18 lid 1 van het Verdrag van Montreal is de luchtvervoerder aansprakelijk voor verlies of beschadiging van goederen, op grond van het enkele feit dat de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, heeft plaats gehad tijdens het luchtvervoer. De in het Verdrag gegeven definitie van luchtvervoer omvat ook de onderhavige transporten van en naar de scan en het verblijf aldaar. In lid 2 van hetzelfde artikel worden een viertal omstandigheden genoemd waaronder de vervoerder zich aan aansprakelijkheid kan onttrekken. Het vierde is: “Een overheidsdaad, verricht in verband met de invoer, uitvoer of doorvoer van de goederen.” Op het eerste gezicht zou dit op onze casus van toepassing kunnen zijn. Echter, bij nader doordenken lijkt dit toch niet voor de hand te liggen. Ja, de verplichting tot scannen van lading is een overheidsdaad. Nee, die verplichting tot scannen op zich heeft de schade niet veroorzaakt. De schade is veroorzaakt door strenge vorst en daartegen had de luchtvervoerder maatregelen moeten nemen, hoe moeilijk dat wellicht ook moge zijn onder bepaalde omstandigheden. Die omstandigheden worden dan als overmacht omschreven. Ook daar komt de luchtvervoerder niet aan toe omdat overmacht niet tot de vier ontheffingsgronden van art 18 lid 2 behoort. Wel in art 19, maar daar gaat het over vertraging en dat is hier niet aan de orde.

Het voorgaande levert wel als reactie op dat dit toch niet eerlijk is. Die reactie is wel begrijpelijk, het is ook niet eenvoudig. Moeten er dan speciale isolerende hoezen gemaakt worden die goed aan de ULD bevestigd kunnen worden? Moeten er misschien geïsoleerde trailers ingezet worden? Maatregelen die best veel geld kosten. En toch zegt het Verdrag dat de luchtvervoerder voor zo’n schade verantwoordelijk is. De verwoording op grond van het enkele feit geeft aan dat de opstellers hier voor de luchtvervoerder een risico aansprakelijkheid beogen en dat gaat inderdaad heel ver.

Frans Vonk is directeur van schade- & expertisebedrijf Binnendijk-Bree Surveys BV op Schiphol.

%d bloggers like this: