Verladers verlangen actievere rol van expediteurs

cargomagazine

Verladers verlangen actievere rol van expediteurs

Tijdens het tweejaarlijkse diner van FENEX, de brancheorganisatie van expediteurs en logistieke dienstverleners, eind november vroeg algemeen directeur Machiel van der Kuijl van EVO namens de verladers aandacht voor een aantal ergernissen van zijn achterban over de vervoersketen.

EVO is de belangenbehartiger van 20.000 bedrijven in alle branches die goederen te vervoeren hebben. Dat doen zij met eigen voertuigen of ze besteden het vervoer uit aan een transportonderneming. Bij elkaar bieden de EVO-leden werk aan 1,3 miljoen mensen. Gezamenlijk genereren zij 70 procent van alle lading van, naar en binnen Nederland. Kritiek van deze organisatie moet dan ook ter harte worden genomen. Van der Kuijl vraagt specifiek aandacht voor de rol die expediteurs kunnen spelen bij het wegnemen van ‘hobbels’ in de keten. Hij baseert zich daarbij op onderzoek dat de verladersorganisatie onder haar leden heeft verricht. Daaruit blijkt dat verladers grosso modo ‘niet geheel tevreden’ zijn.

 Drie ergernissen
Volgens de EVO-directeur zijn er drie belangrijke ergernissen waar het volgens verladers aan schort: gebrek aan transparantie en innovatie in de logistieke keten en de belemmeringen die er nog altijd zijn in de goederenstroom. Hij roept de bij FENEX aangesloten expediteurs op hiervan werk te maken, bij voorkeur in overleg met hun verladende klanten. Op zich is de samenwerking tussen Fenex en EVO goed te noemen. Toch kunnen er belangrijke stappen voorwaarts worden gezet als de transparantie wordt vergroot. Als voorbeeld noemt Van der Kuijl de fluctuerende brandstofprijzen. Dit hete hangijzer is al langer actueel. “Verladers zien dat brandstoftoeslagen wel stijgen als de brandstofprijs stijgt, maar vervolgens nauwelijks dalen als de prijs van brandstof zakt,”stelt Van der Kuijl. “Meestrijden, schouder aan schouder, met de verladers tegen deze in-transparantie is iets wat expediteurs, naar mijn mening, te weinig doen.” Expediteurs zijn geneigd om de onduidelijkheid hierover als een vanzelfsprekendheid op te vatten, niet als een situatie die zij ten behoeve van hun verladende klanten gunstig zouden kunnen beïnvloeden.

Veel tijd en geld
Een ander bezwaar van Van der Kuijl is dat expediteurs erin te kort schieten om de geringe innovatie van de zijde van de Europese te compenseren. “Waarom,” vraagt hij zich af, “investeert de sector niet meer in uniforme systemen en procedures? Waarom worden gegevens bij elke schakel in de keten opnieuw in een computer ingevoerd en waarom moet dat toch veel tijd en geld kosten?” Het antwoord op deze vragen laat voorlopig op zich wachten. De dialoog tussen EVO en FENEX heeft er in elk geval voor gezorgd dat het toezicht door de overheid, bijvoorbeeld, douanecontroles, meer op samenwerking met het bedrijfsleven is gericht. Dat is belangrijk omdat groei van de goederenstroom en de toenemende complexiteit van controletaken niet mag leiden tot vertraging in de vervoersketen. “Investeringen in de AEO-certificering,” houdt Van der Kuijl voor, “kosten een bedrijf veel tijd en geld. Dit geld moet wel terugverdiend worden. Dat kan wanneer expediteurs een meer aantrekkelijke en betrouwbare partner van verladers worden. Vullen ze dat samen in, dan kunnen ze er samen voor zorgen dat fysieke controles door de overheid tot een minimum worden beperkt. Dat scheelt tijd en geld.”

Blik op de klant richten
De opmerkingen van Van der Kuijl zijn opbouwend bedoeld, vooral ook om de relatie met de expediteurs verder te verbeteren. Als teken van de goede verstandhouding tussen FENEX en EVO verwijst hij naar hun betrokkenheid bij de totstandkoming van het Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP). Dit actieplatform in het kader van de Topsector Logistiek heeft als doel informatie in de goederenstroom beter beschikbaar en efficiënter bruikbaar te maken voor overheid en marktpartijen. “Maar dan wel vanuit de uitgangspunten dat het leveren aan de overheid gratis moet blijven en dat het NLIP niet mag leiden tot monopolisten.” Wat Van der Kuijl echter soms zorgen baart is dat logistieke dienstverleners nogal eens de neiging hebben de wereld vanuit het eigen perspectief te zien. Die kritiek mogen de expediteurs en FENEX zich eveneens aantrekken. “De makelaar en ook zijn vertegenwoordiger moet de blik richten op de klant en niet eenzijdig op één groep van aanbieders van diensten,” waarschuwt Van der Kuijl. “De gebruiker van logistieke diensten, de verlader dus, wil de expediteur blijven beschouwen als aankoopmakelaar en niet als verkoopmakelaar.”

Share Button

%d bloggers like this: